Het praktijkonderwijs is in Nederland een van de vier vormen van voortgezet onderwijs.

Er zijn in Nederland 176 scholen voor praktijkonderwijs (PrO), met in totaal ruim 29.000 leerlingen. Het praktijkonderwijs is bedoeld voor leerlingen voor wie het behalen van een diploma in een van de leerwegen van het vmbo te hoog gegrepen is. Voorheen waren dat de scholen voor vso-mlk (voortgezet speciaal onderwijs voor moeilijk lerende kinderen).

Het praktijkonderwijs leidt leerlingen op voor wonen, werken, burgerschap en vrije tijd. Een klein deel stroomt door of haalt binnen het praktijkonderwijs niveau 1 van het mbo. Voor het praktijkonderwijs geldt geen cursusduur, maar wel een leeftijdsgrens van 18 jaar.

Het praktijkonderwijs is voor leerlingen van wie na onderzoek is gebleken dat zij recht hebben op deze vorm van voortgezet onderwijs. Het onderzoek richt zich op de intelligentie en er wordt een didactisch onderzoek afgenomen. Het IQ van de praktijkschoolleerling ligt tussen 55 en maximaal 75-80. Uit een didactisch onderzoek van de leerling moet blijken dat hij of zij een leerachterstand heeft van ten minste drie jaar, gemeten vanaf groep 8 in het basisonderwijs. Het didactisch onderzoek bestaat uit testen op leesniveau, spelling, rekenen en begrijpend lezen.

Tijdens het vijf jaar durende praktijkonderwijs wordt de leerling via stages, theorie- en praktijkvakken toegeleid naar arbeid of naar arbeid en aanvullende scholing. Praktijkonderwijs is er, naast het toeleiden naar arbeid, ook op gericht de leerlingen competenties te laten ontwikkelen die zij na de school nodig hebben op het gebied van onder andere wonen, burgerschap en vrijetijdsbesteding.

Van de 176 zijn 58 scholen praktijkonderwijs verbonden aan scholengemeenschappen in het voortgezet onderwijs. Een klein aantal scholen voor praktijkonderwijs wordt binnen een mbo georganiseerd. De term moet niet verward worden met praktijkscholen van mbo’s of hbo’s, lastig is dat sommige scholen voor praktijkonderwijs zich “Praktijkschool” noemen.

Lees ook:
* Hoe krijgt mijn kind praktijkonderwijs (PrO)?

 

Hoe zit het praktijkonderwijs in elkaar?

Praktijkonderwijs is voortgezet onderwijs. Praktijkonderwijs bereidt leerlingen zo goed mogelijk voor op de maatschappij. Alle leerlingen volgen een eigen ontwikkelplan. Leren, werken, redzaamheid, burgerschap en vrije tijd zijn daarbij belangrijke aspecten. Meestal duurt de opleiding 5 jaar.

 

Vakken praktijkonderwijs

Leerlingen in het praktijkonderwijs volgen een eigen pakket aan theorie- en praktijkvakken. Welke vakken een leerling precies volgt, staat in zijn of haar eigen ontwikkelplan: het Individueel ontwikkelplan.

Voorbeelden van vakken zijn:

  • Nederlands
  • Rekenen/wiskunde
  • Engels
  • Ik en de maatschappij
  • Techniek
  • Dienstverlening en zorg
  • Horeca en voeding
  • Logistiek en verkoop
  • Groen- en dierverzorging
  • Culturele kunstzinnige vorming

 

Ontwikkelplan en stage

Het Individueel ontwikkelplan bepaalt voor een groot deel de leerroute van de leerling. In dit plan staan bijvoorbeeld de doelen en de sectorkeuze van de leerling. Ook staat in het plan uit welke brancheopleidingen de leerling kan kiezen. De school stelt deze leerroute samen met de leerling en ouder(s)/verzorger(s) op. Het plan wordt ongeveer 2 tot 3 keer per jaar bijgewerkt.

Leerlingen lopen stage om ze goed voor te bereiden op werk. Veel scholen voor praktijkonderwijs bieden tal van branche-opleidingen aan.

 

Inrichting praktijkonderwijs

De lessen in het praktijkonderwijs richten zich op:

  • theoretisch onderwijs op individuele basis;
  • beroepspraktijkvorming, zoals praktijkleren en begeleide stage;
  • redzaamheidstraining met opdrachten als boodschappen doen, koken, klussen in huis en zelfstandig reizen;
  • persoonlijkheidsvorming, zodat leerlingen weten waar ze goed in zijn en sterker in hun schoenen staan;
  • arbeidsvaardighedentraining: competenties en vaardigheden leren die nodig zijn om een goede werknemer te zijn.

 

Van praktijkonderwijs naar werk of mbo

De meeste leerlingen zitten 5 jaar op een school voor praktijkonderwijs. Leerlingen behalen naast een getuigschrift en/of schooldiploma ook diploma’s van branche-opleidingen.

Na het praktijkonderwijs gaat een groot deel van de leerlingen aan het werk. Een deel van de leerlingen stroomt door naar het mbo.

 

Bron: rijksoverheid.nl