Bof & Bofvirus
Bof (parotitis epidemica)
Dit is een besmettelijke ziekte, die gekenmerkt wordt door een ontsteking van de speekselklier bij het oor. Daardoor kunnen mensen elkaar besmetten. Het wordt overgedragen door besmette druppeltjes vocht die bofpatiënten uitademen, niezen of hoesten. Nadat bofvaccinatie in 1987 werd opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma, nam het voorkomen van de ziekte in Nederland sterk af.
Ziekteverschijnselen
- Het kenmerkende verschijnsel is de ontsteking van de wangspeekselklier (zichtbaar als zwelling van de wang).
- Een infectie met het bofvirus verloopt ook vaak zonder verschijnselen.
- Bij sommige patiënten verloopt de bof juist ernstig. Tevens kan bijvoorbeeld hersenvliesontsteking maar dit gebeurt zelden.
- De meest voorkomende complicatie bij volwassenen is zaadbalontsteking bij mannen. Dit leidt zelden tot onvruchtbaarheid.
- Blijvende doofheid is een andere complicatie door bofvirus
Complicaties
Heel soms ontsteking van de alvleesklier, eenzijdige doofheid of reuma. Soms ontsteking van de inwendige geslachtsorganen (teelballen en eierstokken). Dat leidt zelden tot onvruchtbaarheid. Bij ongeveer 4 tot 10 van de 1000 patiënten zorgt deze ziekte voor hersenvliesontsteking of hersenweefselontsteking. Vooral gebeurt dit bij jonge kinderen en loopt meestal goed af.
Besmetting en preventie
Het wordt overgedragen doordat het virus in druppeltjes vocht zit die bofpatiënten uitademen, niezen of hoesten. Uit onderzoek blijk dat een patiënt met de bof al enkele dagen vóórdat de symptomen beginnen, besmettelijk is. Besmetting kan voorkómen worden door vaccinatie. In Nederland wordt de vaccinatie hiertegen de het Rijksvaccinatieprogramma aangeboden aan kinderen van 14 maanden en 9 jaar. Het bofvaccin zit in een combinatievaccin (de BMR). Dit vaccin beschermt ook tegen mazelen en rodehond. Vaccinatie geeft geen volledige bescherming tegen een infectie met het bofvirus. Met name bij jonge volwassenen komt het geregeld voor. Als gevaccineerde personen de bof krijgen hebben zij minder kans op complicaties en minder kans op een ernstig ziektebeloop dan ongevaccineerde personen.
Hoe vaak komt de bof voor in Nederland?
Vóór de invoering van bofvaccinatie in Nederland in 1987, maakte ongeveer 85% van de mensen op kinderleeftijd de bof door. Daardoor was de bof dan ook de meest voorkomende oorzaak van door een virus veroorzaakte hersenvliesontsteking. Ook doofheid door de bof kwam veelvuldig voor. Na invoering van vaccinatie in 1987 kwam de bof nog weinig voor. Wel was er een epidemie in 2007-2009, voornamelijk onder niet gevaccineerde orthodox protestante schoolkinderen.
Tussen 2009 en 2013 was er een toename van de bof in Nederland, voornamelijk bij tweemaal gevaccineerde studenten. Redenen hiervoor zijn waarschijnlijk de intensieve contacten die studenten onderling hebben en een afnemende werking van het vaccin over de tijd. De actuele situatie van het bofvirus in Nederland is te zien in de Atlas infectieziekten.
Bron: RIVM