Als speelgoed en/of verpakking van speelgoed is voorzien van het volgende symbool dan gaat het om VEILIG speelgoed:

 

Afbeeldingsresultaat voor veilig speelgoed certificaat
GOED SPEELGOED IS VEILIG
De letters CE betekenen: Conformité Européenne.
Al jaren zetten leveranciers van goed speelgoed, vaak ‘merkspeelgoed’, zich in voor de ontwikkeling van veilig speelgoed. Zo willen zij veilig speelgenot verzekeren en dus voorkomen dat een kind zich tijdens het spelen kan bezeren of dat het gebruik van speelgoed, op welke voorzienbare wijze dan ook, enig gevaar voor de gezondheid zou kunnen opleveren.

Speelgoed en de wet
Op Europees niveau is afgesproken aan welke veiligheidseisen speelgoed moet voldoen. De uitgangspunten zijn opgenomen in een richtlijn. Alle landen die bij de Europese Unie (EU) zijn aangesloten, zijn verplicht de in de richtlijn opgenomen verplichtingen om te zetten in nationale wetgeving. In Nederland is dat het Warenwetbesluit Speelgoed 2011.


Speelgoedbesluit

In Nederland gaat het dus om het Warenwetbesluit Speelgoed 2011, eenvoudigheidshalve ook wel Speelgoedbesluit genoemd. Het besluit verwijst naar de veiligheidseisen waaraan speelgoed moet voldoen en naar de normen voor de vervaardiging van veilig speelgoed. Laatstgenoemde normen zijn een uitwerking van de in Europees verband opgestelde normen.

Hoe gaat dit nu in zijn werk?
De speelgoedfabrikant raadpleegt, voordat hij een artikel gaat produceren, de normen voor vervaardiging waarnaar het Speelgoedbesluit verwijst. Indien het speelgoedartikel in overeenstemming met die normen werd geproduceerd dan wel werd goedgekeurd door een onafhankelijke, door de overheid aangewezen keuringsinstantie, dan wordt op het desbetreffende speelgoedproduct het CE-merkteken aangebracht. De normen hebben voornamelijk betrekking op technische aspecten die te maken hebben met de veiligheid van speelgoed. Bij voorbeeld: hoe stevig moet een oog op een pluchebeest bevestigd zijn? Alle gegevens van een artikel worden vastgelegd in een zogenaamd technisch dossier. Dit dossier moet voor speelgoed dat binnen de EU wordt vervaardigd, worden bewaard door de desbetreffende fabrikant.
Voor speelgoed dat buiten de EU werd vervaardigd dient een technisch dossier voorhanden te zijn in een EU-land. Krachtens de wet is de fabrikant of leverancier die het speelgoed op de markt brengt er verantwoordelijk voor dat dit voldoet aan in het Speelgoedbesluit vervatte voorwaarden.
Speelgoed dat voorzien is van het CE-merkteken, wordt vermoed aan de wettelijke veiligheidsvereisten te voldoen. Speelgoed waarbij dit merkteken ontbreekt, mag dus niet verkocht worden. Het merkteken moet op het artikel zelf zijn aangebracht of, als dat niet mogelijk is, op de verpakking. Wordt het speelgoed buiten de EU gemaakt dan moet de importeur ervoor zorgen dat de letters CE zijn aangebracht. Doet hij dat niet en wordt het speelgoed in de EU verkocht, dan is hij strafbaar. Uiteraard is de importeur ook strafbaar indien hij speelgoed op de markt brengt waarop de letters CE ten onrechte zijn aangebracht, dat wil zeggen terwijl dat artikel niet voldoet aan de wettelijke normen. De bekende leveranciers van merkspeelgoed riskeren uiteraard niet dat hun artikel niet aan de eisen voldoet. Zoiets wordt snel bekend en dat komt de naam van het merk niet ten goede!

Overigens zijn of worden voor heel veel artikelen die voor consumenten zijn bedoeld richtlijnen en normen opgesteld. Dat betekent dat op steeds meer artikelen de letters CE zullen worden aangebracht.

 

Kinderspeelgoed moet in Nederland aan de strenge eisen van de Warenwet voldoen. Het verplichte CE-merk geeft echter geen garantie dat het speelgoed altijd volkomen veilig is. Het assortiment speelgoedartikelen is dermate groot en wisselt zo vaak en snel dat het zeker belangrijk blijft om het speelgoed voor aanschaf nauwkeurig te bekijken. Een aantal aspecten zijn hierbij van belang:

Ftalaten in speelgoed

Hard PVC (plastic) kan zacht gemaakt worden door ftalaten (weekmakers) toe te voegen. Indien babyspeelgoed van zacht PVC, zoals rammelaars en bijtringen, ftalaten bevatten, kunnen tijdens het sabbelen op deze producten schadelijke stoffen vrijkomen die mogelijk kankerverwekkend zijn of nier- en leverproblemen kunnen veroorzaken. Ook kan er sprake zijn van mogelijke hormonale veranderingen die de vruchtbaarheid negatief kunnen beïnvloeden. Daarnaast worden ze in verband gebracht met astma en allergieën.

Gevaarlijke ftalaten mogen tegenwoordig niet meer voorkomen in kinderspeelgoed en kinderwaren. Vooral speelgoed waar op gesabbeld wordt, wordt goed beschermd.
Zie ook Wet- en regelgeving

Kleine onderdelen

Kleine onderdelen, balletjes en zuignapjes kunnen bij jonge kinderen verstikkingsgevaar opleveren. Er zijn eisen voor kleine onderdelen en speciale eisen voor kleine ballen en zuignapjes. Speelgoed bestemd voor kinderen jonger dan 36 maanden mag geen kleine onderdelen bevatten. Er mogen ook geen kleine onderdelen vanaf getrokken kunnen worden of vanaf breken als het speelgoed valt. Deze eis houdt in dat losse onderdelen in elke richting groter moeten zijn dan 3,17 cm of dat langwerpige onderdelen langer zijn dan 5,71 cm.

Ballen en zuignapjes moeten aan andere eisen voldoen, omdat deze het bovenste gedeelte van de luchtpijp en het achterste gedeelte van de mond kunnen blokkeren.Hierdoor kunnen kinderen stikken. Alleen ventilatiegaten zijn niet voldoende om verstikking te voorkomen. Daarom moeten de ballen en zuignapjes zo groot zijn dat ze de luchtpijp niet kunnen blokkeren. Dit is groter dan 4,45 cm. Denk hierbij niet alleen aan zuignapjes aan speelgoed, maar ook aan bijvoorbeeld zonneschermen in auto’s.

Knoopcelbatterijen

Een knoopcelbatterij is een klein plat batterijtje in een metalen busje met dekseltje. Er bestaan verschillende soorten knoopcellen in diverse afmetingen. Dit soort batterijtjes wordt de laatste jaren steeds meer gebruikt in elektronisch speelgoed. Als een kind per ongeluk een knoopcel inslikt, kan deze in de slokdarm blijven steken. Door aanraking met de vochtige slijmvliezen kan een elektrisch stroompje ontstaan en dit kan ernstige, soms zelfs fatale, schade aanrichten.

Daarom een dringend advies om knoopcelbatterijen niet te laten slingeren. Bewaar ze altijd buiten het bereik van (kleine) kinderen in de originele verpakking. Controleer bij het kinderspeelgoed van je kind regelmatig of de batterijtjes er niet uitgehaald kunnen worden. En gooi gebruikte batterijen direct weg als chemisch afval in de speciale batterijcontainers.

Magnetisch speelgoed

Kinderspeelgoed met magneten vormt een relatief nieuw risico, omdat de magneten de laatste jaren kleiner en krachtiger zijn geworden, en bovendien gemakkelijker kunnen loslaten. Als kinderen van kinderspeelgoed losgeraakte magneten inslikken kunnen deze in het lichaam van het kind elkaar aantrekken en daardoor ernstig of zelfs dodelijk letsel (darmperforatie) veroorzaken. Dit kan dus alleen gebeuren indien meer dan één magneet (of één magneet en iets van metaal) ingeslikt wordt.

Kooptips

  • Let op de waarschuwing: niet geschikt voor kinderen beneden drie jaar. De leeftijd van het kind is bepalend voor de grootte van het speelgoed. Kleine stukken speelgoed en losse onderdeeltjes zijn voor baby’s en peuters gevaarlijk, ze stoppen namelijk alles in hun mond.
  • Koop geen speelgoed bestemd voor kinderen beneden de drie jaar dat touwtjes, koordjes of daarmee vergelijkbaar materiaal heeft en waarvan de voor het kind bereikbare uiteinden langer dan 22 cm zijn (een kind kan zich daaraan ophangen).
  • Koop geen speelgoed met harde geluiden voor jonge kinderen die hier nog niet mee om kunnen gaan. Vooral als het product dicht bij het oor gehouden wordt, kan gehoorschade ontstaan. Probeer dit soort speelgoed altijd uit, voordat je het koopt.
  • Koop goed afgewerkt speelgoed: scherpe randen, hoeken en punten aan speelgoed zijn taboe. Controleer of de vingertjes niet beklemd kunnen raken.
  • Koop goed hout: houten speelgoed mag niet splinteren, beukenhout is wat dat betreft beter dan vurenhout. Houten speelgoed mag niet gespijkerd zijn. Geschroefd mag wel, mits de schroef verzonken is. Gelijmd is het veiligst.
  • Koop goed plastic: plastic mag niet breken. Na een breuk zijn de randen vaak vlijmscherp.
  • Koop nieuwe bijtringen, rammelaars en spenen. Bijtringen, rammelaars en spenen die voor 2000 gekocht zijn, kunnen te grote hoeveelheden weekmakers bevatten en dit kan schadelijk zijn voor de gezondheid. Sinds 1999 is er speciale wetgeving voor in Nederland. In de 2007 zijn de eisen strenger geworden, bepaalde weekmakers mogen helemaal niet meer voorkomen in sabbelspeelgoed.
  • Vraag de verkoper de verpakking te openen of een voorbeeldexemplaar te laten zien als het speelgoed niet goed bekeken kan worden.

Gebruiktips

  • Controleer het speelgoed van je jonge kinderen regelmatig en gooi het weg als het kapot is. Losse onderdelen met een doorsnede kleiner dan 3,5 cm kunnen verstikkingsgevaar opleveren voor kinderen beneden de drie jaar.
  • Controleer speelgoed waar magneetjes in zitten regelmatig of deze magneetjes goed vastzitten. Het inslikken van meerdere magneetjes kan zeer gevaarlijk zijn.
  • Laat jonge kinderen niet alleen met (onopgeblazen) ballonnen spelen in verband met verstikkingsgevaar.
  • Laat kinderen geen speelgoed met harde geluiden dicht tegen het oor aanhouden.
  • Leer je kind om speelgoed na gebruik op te ruimen. Je kind zou niet de eerste zijn die over rondslingerend speelgoed struikelt. Leg daarom ook nooit speelgoed op de trap.
  • Zorg dat kleine kinderen apart van de grotere spelen. De groten kunnen bijvoorbeeld aan de tafel spelen, zodat de kleintjes er niet bij kunnen.
  • Als er speelgoed is waar de jongste echt niet aan mag komen, laat de oudste er dan mee spelen als de jongste naar bed is.
  • Als groot en klein samenspelen, dan met speelgoed van de jongste of speel zelf mee.
  • Laat grotere kinderen hun speelgoed na gebruik goed opruimen.

 

Bron: veiligheid.nl


Leeftijd en veilig speelgoed

Speelgoed kan weliswaar aan alle normen, eisen, wetten en richtlijnen voldoen, maar als het in verkeerde handen terecht komt, kan het toch nog gevaar opleveren. Iedere ouder met een baby in huis let constant op of er geen kleine spulletjes in de buurt van de baby zijn. Die kan het in neus, oren of mond stoppen hetgeen nare gevolgen kan hebben. Maar ook voor een dreumes of peuter kan speelgoed dat niet voor zijn of haar leeftijd is bedoeld gevaarlijk zijn. Speelgoed waarmee een 10-jarige veilig kan spelen, is niet noodzakelijk veilig voor een kleuter. Een kleuter ziet bijvoorbeeld minder snel dat iets gevaar kan opleveren. Heel veel speelgoed is voorzien van een leeftijdsindicatie. Niet alleen kan zo de consument gemakkelijk zien of een bepaald spel of stuk speelgoed kinderen met een bepaalde leeftijd zal aanspreken, maar – en dat is belangrijker – daarmee is in veel gevallen ook aangegeven dat het desbetreffende speelgoedartikel voor kinderen onder de aangegeven leeftijd minder geschikt – lees veilig -kan zijn. Er gebeuren meer ongelukjes met speelgoed doordat het in verkeerde handen is terechtgekomen dan dat het speelgoed niet veilig is!

 

Spelen is leuk! Maar let op.

Er bestaat veel onduidelijkheid over de waarschuwing: niet bedoeld voor kinderen onder de 36 maanden of het symbool dat daar gelijk aan staat.

Deze waarschuwing is bedoeld voor speelgoed dat is bestemd voor kinderen ouder dan 3 jaar en een gevaar kan opleveren voor kinderen onder de 3 jaar. Bijvoorbeeld voor een bordspel dat slechts door oudere kinderen gespeeld kan worden maar waarbij de pionnen aantrekkelijk zijn voor kleine kinderen en die door hun grootte een verstikkingsgevaar op kunnen leveren. Maar er kunnen ook gevaren zijn die niet zo makkelijk te zien zijn, bijvoorbeeld chemische gevaren.

De waarschuwing is dus niet bedoeld voor speelgoed dat is bestemd voor kinderen jonger dan 3 jaar. Dit speelgoed moet altijd veilig zijn voor alle leeftijden. Doordat veel speelgoed ten onrechte is voorzien van de waarschuwing, verliest de waarschuwing zijn waarde en zal de consument er minder aandacht aan schenken.
Om te bepalen of speelgoed bedoeld is voor kinderen jonger dan 36 maanden is er een Europees document opgesteld NPR-CR14379: Veiligheid van speelgoed; richtlijnen. De Engelstalige benaming is “Guidelines: Classification of toys”. Dit document is te bestellen bij het NEN.

Leeftijdsaanduiding

Het belangrijkste waar je op moet letten, is of er op de verpakking of speelgoed een leeftijdsaanduiding staat. Zo wordt er onderscheid gemaakt tussen speelgoed dat geschikt is voor kinderen van 0 tot 3 jaar en speelgoed voor grotere kinderen.

speelgoed onder 3 jaarAls speelgoed niet geschikt is voor kinderen jonger dan 3, dan staat dit aangegeven met de tekst ‘Niet bedoeld voor kinderen jonger dan 3 jaar’. Of er staat een herkenbaar symbool op: een soort ‘verbodsbord’ waarop bijvoorbeeld een afbeelding van een baby en de tekst ‘0-3’ zijn doorgestreept.

Voor kinderen onder de drie jaar, is het volgende speelgoed niet veilig:

  • kleiner dan 3,5 cm
  • met touwtjes of koordjes die langer zijn dan 22 cm
  • met scherpe randen, hoeken en punten
  • waartussen de vingertjes beklemd kunnen raken
  • met kleine onderdelen die eraf gepeuterd kunnen worden
  • van stof waarbij het stiksel makkelijk loslaat
  • van hout dat splintert
  • gemaakt van aan elkaar gespijkerd hout (let er bij geschroefd hout op dat de schroef verzonken is; gelijmd hout is het veiligst)
  • met de waarschuwing: niet geschikt voor kinderen jonger dan 36 maanden
  • dat harde geluiden maakt
  • met magneetjes die ingeslikt kunnen worden

Let op: als je jonge kinderen een ballon geeft. In een geknapte (of lege) ballon kunnen kinderen stikken.

Bron: speelgoedinfo.nl